Rennen in de hitte

Toen ik vanmorgen om 8.30 de deur uit rende werd ik getroffen door een muur van dikke, plakkerige hitte. De eerste paar kilometers bracht ik dan ook door met mezelf te overtuigen door te zetten in plaats van op te geven.

Eenmaal halverwege mijn route week het gevaar van voortijdig opgeven. Ik moest immers nog weer naar huis, en dat kon ik net zo goed rennend doen. Normaal zong het al: ‘Oehoe oehoerend hard, want dan waren zie eerder thuus!’

Thuis viel ik uitgeput en oververhit op de bank, klokte twee grote glazen water naar binnen, en nam me voor om nooit meer te gaan rennen bij dergelijke temperaturen. Een derde glas water gooide ik gewoon over mijn hoofd.

‘Ooh, kijk eens wat mama doet!’ riepen de kinderen verrukt.
‘Dat willen wij ook, dat willen wij ook!’ en ze grepen naar hun bekers ranja en maakten aanstalten die over hun hoofd te gooien.
‘Nee, niet doen,’ riep ik nog maar net op tijd. ‘Mama heeft heel hard gerend, en moest even afkoelen.’

Toen dronk ik een vierde glas voor de schrik en omdat ik heel hard had gemoederd.

Leave a reply

CommentLuv badge