Duurloop

Na mijn onwillige Tango met vermoedelijk een Mexicaan bewoog ik me nog wekenlang traag als Gilse suikerstroop door de dagen. Maar vandaag besloot ik dat het maar eens afgelopen moest zijn, en dat ik heus wel weer de zestien kilometer heen en terug naar Westendorp aan kon.

Ik hees me in mijn gehate Kruidvat tights en mijn loopshirt dat ik via eBay heb gekocht, en waarvan de verkoper had verzuimd te vermelden dat op de achterkant een groot spinneweb prijkt. Daarom trok ik als final touch een windjack aan om mijn spinneweb te verbergen.

Vervolgens strikte ik mijn sportschoenen stevig aan mijn voeten, om ze vervolgens weer los te maken overeenkomstig het advies van mijn Chi Running docente: ‘Schoenen moeten losjes aan je voeten zitten, als slippers!’

Toen was er niets meer tussen mij en de voordeur, en zuchtend liep ik naar buiten. ‘Gewoon rustig aan doen, het gaat er om dat je het volhoud!’ sprak ik mezelf toe, en begon me volgens Chi Running principes in de juiste stand te positioneren. Halverwege werd ik afgeleid omdat Floris me stond uit te lachen vanachter onze glazen voordeur, en zette het heel nón-chi op een lopen.

Met een slakkegangetje rende ik de straat uit, want een auto zet je ook niet meteen in de vierde versnelling, en sukkelde de kleine speeltuin door het fietspad op. Hm, ik had wel eens prettiger gerend, en mijn linkerhersenhelft begon te fluisteren dat ik natuurlijk ook weer naar huis kon rennen. Ik smoorde mijn linkerhersenhelft met Country and Western songs, en beledigd hield hij zijn mond.

Je kunt niet wekelijks een afstand lopen zonder bepaalde mijlpalen te krijgen. Zo weet ik precies waar ik na tien minuten lopen hoor te zijn, en na twintig, en na dertig enz. Allemaal mijlpalen die ik nu slechts vanuit de verte kon bewonderen. Nooit een snelle loper, was ik nu trager dan ooit. ‘Geeft niks, geeft niks, als je het maar volhoudt!’ hield ik mezelf voor. Maar toch had ik de pest in.

Na vijfenvijftig minuten ‘hard’ lopen kon ik dan toch Westendorp begroeten, en de kas van het plaatselijke pannenkoekenhuis spekken met een kop koffie (1,95) en een spa rood (1,95). Zoals altijd viste ik eerst de ijsklonten die moedeloos in de spa dreven er uit, en mikte ze in de plastic plant achter me. Ik voel me persoonlijk verantwoordelijk voor zijn bloeiende uiterlijk.

Toen slaakte ik een zucht van verlichting en leunde achterover, terwijl ik het Oud-Hollandse interieur in me opnam. Niets zegt mij zo dat het zondag is, als een bezoek aan het pannenkoekenhuis in Westendorp.

Maar na vijftien minuten maakte de onrust zich van mij meester: ik moest natuurlijk ook nog weer terug. Listig fluisterde mijn linkerhersenhelft: ‘Je kunt natuurlijk ook Floris bellen om je op te halen,’ dus ik sloeg hem neer, knevelde hem en liet hem achter in het pannenkoekenhuis.

Op sukkeldraf begon ik aan de terugweg, en probeerde mijn snelheid geleidelijk op te voeren. Dat lukte, maar toen was ik zo moe dat ik de laatste twintig minuten lopend moest afleggen. Terwijl ik daar zo liep, kwam mij een ‘echte’ hardloper tegemoet, slechts gekleed in een klein wit hemdje, en kort broekje, maar wel met een gigantisch horloge.

Beschaamd schuifelde ik langs, en rende voor de vorm naar de volgende boom. Toen ik thuis kwam viel ik uitgeput op de bank: ‘Het was afschuwelijk!’ kreunde ik tegen Floris die behulpzaam met een glas spa aan kwam. ‘Het ging hartstikke slecht.’

Floris wierp een blik op de klok die uitwees ik twee uur en een kwartier was weggeweest. ‘Nou je bent toch nog snel terug!’

Dankbaar keek ik hem aan, en bedacht toen: ‘En ik heb het volgehouden! En daar ging het om!’

Leave a reply

CommentLuv badge