Lopen in een lus

Teuntje wilde Italiaans ijs, ik wilde rennen, en dus renden we samen naar Zelhem dat warempel een heuse Italiaanse ijssalon heeft. Dat wil zeggen: ik rende, en Teuntje slingerde op haar fiets naast me mee.

‘En dan ga je terug via de andere kant,’ adviseerde Floris, omdat ik graag mijn zondagse zestien kilometer wilde halen, en heen en terug naar Zelhem maar tien kilometer is.

Dus nadat we onze vijf kilometer hadden afgelegd en een ijsje en kop koffie hadden verorberd, besloot ik Floris’ advies te volgen en via een andere weg terug te lopen. Binnen luttele minuten was ik de weg kwijt, en probeerde me te herinneren in welke windrichting we in vredesnaam waren gegaan. Inwendig vervloekte ik mezelf dat ik weer eens geen kompas bij me had, maar herinnerde me toen dat ik met kompassen ongeveer even goed kan omgaan als met de weg vinden.

‘Het is wel een avontuur, hè, Teuntje?!’ zei ik op bemoedigende toon tegen zo wel mezelf als Teuntje.
‘Kunnen we niet beter gewoon terug gaan mama?’ vroeg Teuntje op strenge toon.
Maar ik vind ‘terug gaan’ spuugvervelend, dus zei ik op ferme toon: ‘Nee!’ En voegde er met meer koppigheid dan wijsheid aan toe: ‘Mama vindt heus de weg wel weer.’

En inderdaad! Na ongeveer een half uurtje lopen zag ik iets bekends: Zelhem! Hoewel ik in eerste instantie wel de goede kant uit was gelopen, was ik vervolgens door twijfels aan mijn richtingsgevoel, per ongeluk weer terug gelopen, met als gevolg dat we een soort van lus om Zelhem hadden gemaakt.

‘Volgende keer doen we die lus niet meer mama!’ verklaarde Teuntje, toen we na 15,27 kilometer thuiskwamen.
Ik knikte instemmend: ‘De volgende keer doen we een vierkantje.’

Leave a reply

CommentLuv badge