Liegen

Soms ga ik hardlopen en vind ik er niks aan. Dat zijn de dagen waarop kleuters op driewielers mij inhalen, en wandelaars met rollators hardnekkig vijftig meter voor mij blijven. Dan zegt een stemmetje in mij listig: ‘Waarom ga je niet lekker naar huis, volgens mij heb je nog een zak paprikachips liggen!’

Maar ik ken dat stomme stemmetje en ik weet dat het niet al te snugger is. Dus zeg ik op geruststellende toon: ‘Ik loop nog even tot die volgende lantaarnpaal, en dan gaan we naar huis!’ En als ik die paal dan heb bereikt zeg ik: ‘Nu ren ik nog even door naar die boom met die schitterende herfstblaadjes, en dan stoppen we er mee voor vandaag.’

Zo lieg en bedrieg ik mij een kwartier van huis, en zeg dan: ‘Nu zijn we een kwartier van huis, nu kan ik net zo goed een kwartier terugrennen.’ En aangezien dat stomme stemmetje niets liever wil dan op de bank liggen, stemt het in. Rennen is immers sneller dan lopen.

Hoewel eerlijkheid in de regel het langst duurt, kom je met liegen soms het verst.

Leave a reply

CommentLuv badge